Evert Jan van Hasselt, bestuurder van Stichting Omzien naar Elkaar en een van de trekkers van de Utrechtse participatiehub, vat het met een glimlach samen: “We doen precies wat ZonMw vraagt – alleen wel op onze manier.”
De participatiehubs zijn ooit bedacht om burgers structureel te betrekken bij het ontwikkelen van beleid in de zorg. In elke zorgkantoorregio moest zo’n hub ontstaan, gedragen door bewoners en cliënten zelf. In theorie mooi, maar in de praktijk een moeizame constructie. “De gedachte was dat mensen het zelf wel zouden vormgeven,” zegt Evert Jan. “Maar de meesten zitten daar helemaal niet op te wachten. Ze willen geen adviesorgaan zijn, maar gewoon sámen dingen doen.”
Van aan tafel zitten naar samen aan de slag
Wat Evert Jan en zijn team in Utrecht stoorden, was de eenzijdigheid in de landelijke opzet. Bewoners mochten aan tafel bij instellingen of gemeenten, maar hadden weinig invloed op wat er vervolgens gebeurde. In Utrecht besloten ze het om te draaien. De regio had geluk: er was geen dominante partij als Zorgbelang actief, dus bewonersorganisaties konden de subsidieaanvraag zelf indienen. Stichting Omzien nam het voortouw, samen met SAMEN030 en Netwerk Utrecht Zorgt voor Ouderen (NUZO). “We zijn begonnen omdat er geld lag om een coalitie te vormen. Als het niets zou worden, hadden we in elk geval geïnvesteerd in samenwerking.” Maar toen gebeurde er iets bijzonders.
Een van de voorwaarden van ZonMw was dat elke regio een eigen visie formuleerde op de ‘regionale participatieopgave’. Evert Jan vroeg wie die opgave eigenlijk bepaalde. Het antwoord: dat mogen jullie zelf doen. “Dat was de sleutel,” zegt hij. “Toen hebben we gezegd: onze opgave is dat formele en informele partijen op basis van gelijkwaardigheid samenwerken aan een gezonde regio. Dat verandert alles. Het gaat niet meer over bewoners die aan beleidstafels zitten, maar over samen werken aan gezondheid. En dat doe je vooral lokaal, in de buurt, in het dorp.”
Meestribbelen als strategie
Die herdefiniëring vormde de basis voor wat Evert Jan zelf “meestribbelen” noemt. “We doen precies wat gevraagd wordt, maar reframen het continu. We zoeken eigenlijk slim de randjes van de regels op.” Dat reframen levert niet alleen ruimte op, maar ook enthousiasme bij ZonMw zelf. “Zij zien dat wij iets nieuws doen dat beter past bij wat de samenleving nodig heeft. En ze denken mee over hoe we dit kunnen uitvoeren terwijl we binnen hun eigen regels blijven.”
Van zorg naar gezondheid
De Utrechtse benadering vertrekt vanuit wat Evert Jan ‘gezondheidsproductie’ noemt: alles wat bijdraagt aan het gezond houden van mensen en gemeenschappen. “Zorgproductie is een onderdeel daarvan, maar het grootste deel – zo’n 90% – gebeurt door bewoners zelf. Mensen die naar elkaar omkijken, vrijwilligers, dorpsondersteuners. Dat is waar gezondheid ontstaat.”
Daarom bouwt Utrecht niet aan één centrale hub, maar aan vijf regionale coalities – één per subregio. “De coalities gaan zélf aan gezondheid werken, en de participatiehub ondersteunt dat proces,” legt Evert Jan uit. “Zo ontstaat een netwerk van plekken waar bewoners en formele partijen elkaar leren kennen, en samen concrete projecten doen.”
Community up
Het sleutelwoord is ‘gelijkwaardigheid’. Geen top-down, maar ook geen bottom-up. “Bottom-up is gewoon top-down omgekeerd,” zegt Evert Jan. “Dan bepaalt nog steeds één kant wat er gebeurt. Wij doen het community up*: top én bottom maken samen plannen, en voeren ze samen uit.”
Dit kan op gang gebracht worden door methodieken als Participatief Actieonderzoek (PAO): leren door te doen. In de realisatiefase van de hub worden vijf ‘participatieprojecten’ opgezet, waarin lokale coalities rond concrete thema’s samenwerken. Daarin ontdekken uiteenlopende mensen uit de regio hoe ze gelijkwaardige samenwerking vorm kunnen geven rondom een specifiek thema, bijvoorbeeld voorzorgcirkels. “In de eerste fase praten we met iedereen: bewoners, zorgorganisaties, gemeenten. Daarna brengen we al die perspectieven samen in een dialoog met die betrokkenen. En uiteindelijk voeren ze zelf uit wat ze hebben bedacht. Dat zorgt voor eigenaarschap, en dat is de motor van verandering.”
Uiteindelijk hoopt Evert Jan dat die samenwerking steeds meer vanzelf gaat. “Als mensen elkaar eenmaal hebben gevonden rond zo’n project, weten ze elkaar de volgende keer ook zonder begeleiding te vinden,” zegt hij. “Dan is dat netwerk zichzelf lerend gaan maken.”
Een stille revolutie
In zekere zin is de Utrechtse aanpak een stille revolutie. Een participatiehub die juist níet stuurt, maar ruimte schept. Die niet vraagt om mee te praten, maar uitnodigt om samen te doen. En waarin zorg en gezondheid niet langer draaien om systemen, maar om mensen die elkaar weten te vinden. Of, zoals Evert Jan het samenvat: “Wij bouwen gewoon wat er gevraagd wordt. Alleen op zo’n manier dat het echt gaat werken.”
*De term community up is afkomstig van Madelon Eelderink (Handboek Participatief Actieonderzoek, SWP Uitgeverij, 2024).